Google+ Google+ Bondtehond bij het liquidatieproces: 04/13 Google+

vrijdag 19 april 2013

'Maar... ze hebben dus op een bankje moeten slapen'

Proces Briard ligt voorlopig weer even stil. Woensdag bleek dat getuige Remko van Lent maandag 8 april naar de verkeerde rechtbank was gegaan. Het was de rechtbank opgevallen dat op de oproeping niets vermeld stond over de locatie waar de zittingen zouden plaatsvinden: nl. de Bunker in Osdorp. En dus niet de beveiligde rechtbank in Rotterdam, zoals voorzitter Mr. Jacco Janssen al zag afgelopen week. Volgens de officier wist men ten tijde van de oproep nog niet dat de zittingen verplaatst zouden worden. En hoe moet de getuige dan begrijpen dat hij in Amsterdam moest verschijnen?, wilde de voorzitter weten. Kennelijk dachten het zaaks-OM, dan wel het TGB-OM, dat de getuige toch niet zou komen.


Tijdens de zitting las Mr. Mark Teurlings, de advocaat van de vrouw van Donald Groen, enkele Tweets voor in de rechtszaal die net op Twitter waren gezet door Vrij Nederland-misdaadverslaggever Harry Lensink:


Mr. Teurlings: Ik geef het u mee!
(hard gelach op de tribune)

De soap rondom de zg. 'kerngetuigen' Remko van Lent en zijn vrouw Jessica bleek dus weer een nieuwe wending te krijgen. De voorzitter merkte op: Ik ben toch heel modern, maar dit is voor het eerst dat ik via een Twitter... eh sorry, via een Tweet feiten en omstandigheden tot mij krijg.
(weer gelach op de tribune)

De rechtbank ging erover in beraad. Ook over een binnengekomen PV van de CRC (coördinerend rechter-commissaris) over het contact van voormalig rechter-commissaris Stemker Köster die nu nog als enige contact onderhoudt via email met de getuigen. (buiten misdaad - verslaggever Harry Lensink dan, maar Lensink is geen officieel contactpersoon van de rechtbank)

Die emailwisseling riep vragen op bij de verdediging. Men verzocht eerder of deze als stukken zouden kunnen worden gevoegd, maar dat mocht niet van de CRC de heer Mul. Niemand mag de emails lezen vanwege het veelgebruikte argument dat er informatie in zou staan die de veiligheid van Van Lent en Van Boven zou raken. Er stond zelfs in het PV dat mogelijk de veiligheid van de RC in gevaar zou kunnen komen als de emails gevoegd zouden worden.

Voorzitter Mr. Janssen: We zijn toen naar het kabinet van de CRC, de heer Mul, gegaan en die zei dat we de email niet zouden krijgen.

Mr. Els van Nieuwenhuizen las in de PV dat de voormalig RC gewoon door is gegaan met onderhandelen en dat hij een cursus zou hebben gevolgd om zijn eigen veiligheid te waarborgen. 'En nu neemt hij besluiten, terwijl deze rechtbank de leiding heeft in het onderzoek Briard?', aldus Mr. Van Nieuwenhuizen. Ze vond het maar een vreemd idee dat een niet meer in functie zijnde RC onderhandelingen kan doen (lees: zo'n beslissing kan nemen over wel/niet laten lezen van emails) in een zaak waar deze rechtbank de leiding heeft.

Mr. Van Nieuwenhuizen: Het is toch niet mogelijk dat een RC die niet meer in functie is, dat die doorgaat met onderhandelingen terwijl het uw zaak is, waar u de leiding heeft? Het is toch gek dat hij doorgaat met handelingen waar niet om gevraagd wordt? Het kan toch niet zo zijn dat een niet meer functionerende RC dan doorgaat?

Voorzitter Mr. Janssen: Dat denk ik niet. Wat ik wel denk is dat mevrouw Van der Kolk (huidige zaaks-RC) contact op zal moeten nemen met de gewezen zaaks-RC om het lijntje op te pakken.
Mr. Nieuwenhuizen: Om het lijntje over te nemen!
Mr. Janssen: Ja, zo bedoel ik het...

De kerngetuigen Remko van Lent en Jessica van Boven hadden via de RC waarmee ze corresponderen via email laten weten wel bereid te zijn via een video-verbinding te willen getuigen. De mitsen en maaren kwam de getuigen echter op kritiek van de verdediging te staan aan het adres van de rechtbank. Van Lent stelde kennelijk voorwaarden over wie en wat er gefilmd zou mogen worden en vanuit welke hoek de camera zou moeten komen te staan. Dat schoot enkele raadslieden in het verkeerde keelgat. Het laatste woord is hier nog niet over gesproken. Wordt dus vervolgd...

Intussen waren er nog enkele Tweets binnengekomen van Harry Lensink en ook deze werden door Mr. Teurlings voorgelezen aan de rechtbank.

Mr. Teurlings: Staat u mij toe. Overigens niet om bommetjes te leggen, de bommetjes komen van buiten, maar het geeft aan hoe zeer de heer Van Lent er buiten mee bezig is.
Voorzitter Janssen: U bent inmiddels ook aan het Twitteren geslagen?
Mr. Teurlings: Ik heb er één geretweet.
Mr. Meijering: Doe nog even die van dat bankje. Dat is wel heel erg als je dat hoort.
Mr. Janssen: Nou ja, doe maar wel...

Het waren de volgende Tweets:





Mr. Teurlings: Dat is dus wat Harry Lensink heeft getweet.

Mr. Meijering: Maar... ze hebben dus op een bankje moeten slapen...

Voorzitter Mr. Janssen: Er staan wel bankjes op de Postemalaan...

Mr. Teurlings: En dan niet doorrijden naar Amsterdam. Dat heb ik nog wel aan Harry Lensink gevraagd: 'Hoe zit dat, waarom reden ze dan niet door?'

Mr. Meijering: En als ik even mag reageren. Als ik dan het PV zie van de CRC... Zie hier het voorland van de "beschermde kroongetuige", voor zover we daar niet al lang en breed in beland zijn hoor, maar we worden natuurlijk al lang en breed geterroriseerd door dit soort getuigen en vooral alle beschermingsmaatregelen die zo ongelooflijk noodzakelijk zouden moeten zijn, want wat mijn cliënt betreft is er geen enkele rede om hier te beveiligen en dat allemaal zo te regelen. Maar ja, dat gaat allemaal langs ons heen en dat betekent uiteindelijk als het openbaar ministerie zegt: 'Oei oei oei, het is allemaal zo... het moet allemaal beschermd worden'. U wordt daar ook helemaal door verlamd, de CRC wordt daar ook weer door verlamd, en wat is dan de conclusie? Het is dat 'het proces' geterroriseerd wordt door dit soort praktijken en dit soort "vrienden"-verhoren. De getuigen houden ons allen in gijzeling.

Nog heel even. Als je dit nou ziet. Dit is een rechter-commissaris (leest voor): 'Ondergetekende voegt eraan toe, en dat is geheel op eigen titel, dat de modaliteit van een poging tot aanvullend verhoor bepaalde integriteits-, veiligheid- en/of andere risico's met zich mee kunnen brengen waarvoor de rechtbank als organisatie en werkgever van de zaaks-RC niet wenst in te staan'.

Mr. Meijering: Dit is toch... Hoe leg je dit uit? Aan wie, aan wie leg je dit uit? De integriteit... de modaliteit... waar gaat dit over? Er moet gewoon een getuige komen en dan ben je in dit soort situaties terecht gekomen. Ik vind het ook inmiddels... te dol.

Voorzitter Mr. Janssen: U koppelt hieraan 'dol' en uw confrère koppelt daaraan: we willen dat gewoon hebben dat PV, nou ja PV... die email, eh...maar de kern van dit verbaal is: U krijgt het nog niet. Ehm... het punt is een beetje, we kunnen niet verstrekken wat er niet is.

De verdediging bleef echter bij het standpunt dat de email(s) gevoegd moeten worden. Desnoods moet die tekst dan maar zwart, of van hun part oranje, gemaakt worden. De vraag aan de rechtbank was nu dus om toch nog een verzoek uit te vaardigen die email te voegen.

De rechtbank gaf tot slot aan aan dat het belangrijk is de lijntjes zo kort mogelijk te houden de aankomende dagen omdat er steeds meer vragen rijzen bij de verdediging, niemand nog weet hoe dingen zich zullen ontwikkelen en dat ontwikkelingen nogal snel kunnen gaan in deze zaak. De voorzitter zou de griffier laten vragen om een aanspreekpunt te vragen, ook telefonisch, waar partijen, met name de verdediging, is te bereiken in voorkomend geval er ontwikkelingen zijn.

*

's Middags deed Mr. Bram Moszkowicz een opheffingsverzoek-voorlopige hechtenis aan de rechtbank voor zijn cliënt Harrie Stoeltie. De raadsman hield een vlammend pleidooi van een kleine drie kwartier en vroeg primair schorsing van de voorlopige hechtenis voor onbepaalde tijd.

Officier van Justitie Mr. Greetje Bos vond in haar reactie dat het verzoek moest worden afgewezen omdat er nog forse verdenkingen liggen tegen de heer Stoeltie.

Mr. Moszkowicz zei daarop: Mevrouw de officier zegt, en dat was te voorzien, er liggen nog forse verdenkingen. Dat klopt. Er is alleen geen fors bewijs. Er is flinterdun bewijs. Dus: Ja, forse verdenkingen. Nee, bewijs!

De raadsman had ook nog een voorstel aan de rechtbank voor deze in beraad ging: Als u het nou koppelt aan de komst van de heer Van Lent, dan kan ik daar goed mee leven.

En zo geschiedde.

De beslissing van de rechtbank was nl. als volgt (samengevat):
Voorzitter Mr. Janssen: Van Lent en Van Boven komen op zitting. Althans dat bevelen wij en dat is uiterlijk 1 juni. Bij de veiligheidsmaatregelen is RC Van der Kolk betrokken. Zij gaat over de reis hier naartoe en de vergoeding. Indien de getuigen niet voor 1 juni worden gehoord, zal de rechtbank overgaan tot schorsing van de heer Stoeltie.

Richting Harrie Stoeltie: Simpel: Per is juni zal u worden geschorst als Van Lent niet komt opdagen.

Na afloop omhelste Harrie Stoeltie zijn raadsman Bram Moszkowicz vanwege deze bescheiden zege en zwaaide even met een grijns richting wat vrienden/kennissen op de publieke tribune.

Voor Mr. Moszkowicz was dit misschien wel (voorlopig?) zijn laatste optreden in de rechtszaal, mocht de uitspraak in Hoger Beroep maandag as. leiden tot schorsing of schrapping van het tableau.

Bij deze wens ik hem veel geluk en sterkte toe de komende dagen!

Wanneer het proces Briard precies verdergaat is nog niet bekend. Daarover volgt later bericht. Mogelijk pas na verlof van de rechtbank dat gepland staat voor begin mei.

Bondtehond

maandag 15 april 2013

'Het lijkt wel een koehandel!'

Het woensdag aangekondigde verhoor van TGB-officier Mr. Marjolein Verwiel in de Bunker liep niet helemaal op rolletjes en zal woensdag worden hervat. Deze zittingsdag werd gekenmerkt door het ruime aantal keren dat de rechtbank in beraad ging. De TGB-er had plaatsgenomen op het "getuigenbankje", in de Bunker niet meer dan een stoel aan een tafel links voor in de rechtszaal. Ze zou het liefst onherkenbaar worden vermomd, zo verzocht het TGB-OM. Volgens de zaaks-officier had dat niet zoveel om handen als de verdediging kennelijk verwachtte, nadat een verdachte en enkele van de raadslieden protesteerden.


(samenvatting)
Mr. Mark Teurlings had gehoord van confrère Mr. Inez Weski dat mevrouw Verwiel wel vaker in het openbaar tijdens een cursus had opgetreden zonder vermomming. Hij vond dat de vordering daarom moest worden afgewezen.

Verdachte Donald Groen merkte droogjes op: Voorzitter, als mevrouw Verwiel onherkenbaar in beeld mag, mag ik dan ook een snor en een baard?
Voorzitter Mr. Janssen: U mag van mij u snor en uw baard laten staan.
Donald Groen: Nee maar, mag ik dan ook onherkenbaar zijn?
Voorzitter: Ik begrijp wat u zegt... ja. Maar ik kan daar geen antwoord op geven... behalve dan wat ik al zei.

Mr. Nico Meijering: Ik sluit mij graag aan bij de andere sprekers. Op het moment dat nu ook al de TGB-offcieren onherkenbaar gaan worden, dan ben ik bang dat we misschien wel krijgen dat je straks ook de zaaksofficieren onherkenbaar in de rechtszaal gaat krijgen en misschien wel de rechters... Ik vind dus dat we de vordering af moeten wijzen.

Mr. Els van Nieuwenhuizen: Ik stem niet mee in de vordering.

Officier van justitie: Om even te relativeren, mevrouw Verwiel komt hier niet in een Boerka. Daar zouden wij ook op tegen zijn. Ze heeft alleen wat andere make-up en een andere kleur haar. Er zitten hier ook mensen op de tribune die niet tot de groep professionelen hoort als bij zo'n cursus waar mevrouw Weski over het over heeft.

Mr. Bram Moszkowicz: Als ik dit argument hoor, zou ik willen voorstellen de deuren te sluiten, want dan valt dat argument dat zij zich dan in dat hok zou mogen verschuilen weg. Ik kies ervoor om mevrouw in de ogen te kunnen kijken.
Voorzitter: Nee nee, ze komt wel gewoon in de zaal zitten.
Mr. Moszkowicz: Oh, ik dacht dat ze in dat hok zou komen te zitten.
Voorzitter: Nee hoor. Laten we eerst maar even in beraad gaan.

Na dit eerste korte beraad besloot de rechtbank(voorzitter): 'Dan gaan we nu verder met mevrouw Verwiel. We zullen het verzoek toewijzen. We vinden met name dat wat de officier zei, dat wat ze over dat punt naar voren bracht, omdat Mr. Verwiel een TGB-officier is, dat het wel kan. Dus dat gaan we straks doen'.

De voorzitter had voor het verhoor eerst nog een mededeling over afwezige (kroon-)getuige Remko van Lent. De getuige die in conflict is met TGB en nog steeds ergens op een geheime locatie verblijft, had contact gezocht per email met (naar ik begreep voormalig) RC Stemker Köster, en die had weer contact met de zaaks-RC van 'Briard' mevrouw Van der Kolk. Daarover heeft de rechtbank een Proces-Verbaal ontvangen van de coördinerend RC van de rechtbank Rotterdam de heer Mull. Van Lent had aan de RC gevraagd 'of hij privé met de zittingsrechters kon spreken' en daarbij aangegeven dat 'het van belang voor hem is dat dat buiten het zaaks-OM om kan'. De RC had gezegd dat dat niet kan vanwege de onverenigbaarheid met de beginselen van strafvordering. De RC heeft wel toegezegd een bericht te zullen terugsturen waarin hij zegt dat hij mee zal werken aan een oplossing die wel wettelijk is toegestaan en recht doet aan de belangen van de verdachten.

Hoe verder? Later, na de middagpauze kwam daarop een antwoord van de voorzitter Mr. Janssen, die ook even diep zuchtte: De getuige Van Lent heeft dit voorstel in beraad en heeft in dit verband de zaaks-RC laten weten: 'Ik zal daarop uiterlijk aanstaande zondag reageren. De zaaks-RC zal door mijn tussenkomst zo spoedig mogelijk reageren'.

Dat ontlokte Mr. Bram Moszkowicz de uitspraak: Krijgt u daar nou zelf ook niet genoeg van, voorzitter? Dat is een retorische vraag. Dit is toch een kwestie van gijzelen en de boel marchanderen? Het lijkt wel een koehandel! Sorry, ik wil dat toch ook voor het PV wel even hebben gezegd. Dan heb ik het maar gezegd. Dat staat wat beter. Ik wordt er echt misselijk van. We zijn hier al twee jaar mee bezig. En nu wil hij bedenktijd tot zondag?
Voorzitter: Ja...
Mr. Moszkowicz: Het wordt tijd dat er wat gaat gebeuren, vind ik.
Voorzitter: Jaha...
Mr. Moszkowicz: Ja, nee, ik doel dan eigenlijk op de voorlopige hechtenis. En ik wil daar.... ja sorry, ik hoop dat u mij dat toestaat, ik zal daarna mijn mond weer houden, maar ik wil daar toch wel een verzoek aan koppelen.

Later vroeg de raadsman van Harrie Stoeltie aan de voorzitter om 3 kwartier 'in te ruimen' voor aanstaande woensdag om een opheffingsverzoek voorlopige hechtenis te kunnen doen voor zijn cliënt. Dat was goed wat de voorzitter betrof.

De procesdag werd dus grotendeels besteed aan het getuigenverhoor van TGB-officier Mr. Marjolein Verwiel. Zoals gezegd verliep dat op momenten behoorlijk stroef, aangezien TGB-ers zich zoals gewoonlijk regelmatig (kunnen) beroepen op hun zwijgrecht ivm de veiligheidsaspecten rondom het traject van getuigenbescherming. De overeenkomst met getuigen Van Lent en Van Boven is weliswaar opgezegd, maar er is nog wel de zorgplicht van de Staat, die blijft hoe dan ook intact. Dat houdt in dat de officier op ogenschijnlijk simpele vraagjes geen antwoord kon geven omdat men nog steeds zorgdraagt voor de veiligheid van de getuige. Al zegt de getuige zelf anders...

Het contact met het TGB verloopt zoals bekend al sinds 2012 zeer slecht. Misdaadverslaggevers Marian Husken en Harry Lensink hebben daar destijds verschillende artikelen over geschreven in Vrij Nederland: Artikel I + Artikel II. Dat was kort nadat Remko van Lent en partner Jessica van Boven contact met hen hadden gezocht middels deze 'noodbrief'.

De advocaten en rechters onderwierpen Mr. Verwiel aan een pittig verhoor. Daaruit bleek gedurende de verloop van het gesprek dat getuige Van Lent als een onbetrouwbare onderhandelingspartner wordt gekwalificeerd door het TGB. Van Lent reageert niet op oproepen, kwam met eisen die onbespreekbaar waren, omdat die op geen enkele manier gerelateerd waren aan veiligheid, aldus Verwiel, en hij gaf geen gehoor aan oproepen door de arbiter nadat de getuige reeds verscheidene arbitrage-procedures had opgestart vanwege het conflict dat Van Lent zegt te hebben met TGB.

Waar het conflict over gaat kon Mr. Verwiel niet zeggen. Maar dat is nou precies waar de advocaten achter wilden komen en wat er zoal is ondernomen om het conflict bij te leggen of om de getuige op zitting te krijgen. Volgens Mr. Verwiel zijn er meerdere pogingen ondernomen, voor het laatst in december 2012. Mr. Nico Meijering vroeg of er daarna nog pogingen zijn ondernomen, waar ontkennend op werd geantwoord. En waarom dan wel niet? Volgens Mr. Verwiel omdat duidelijk was dat pogingen op niets uit zouden lopen en dat zoiets waarschijnlijk op wederom een heilloze poging uit zou lopen

Mr. Nico Meijering: Ik heb begrepen (onder meer uit de publicaties in Vrij Nederland) dat hij wel graag wil komen, maar dat de Staat zijn afspraken niet nakomt. Er zouden kosten vergoed worden om hier naartoe te komen. Kortom, je ziet dat hij wel hier naartoe wil komen.

Mr. Verwiel vertelde (onder meer) dat het een aantal keer is voorgekomen, als men van het TGB dacht dat het voor elkaar was en dat Van Lent eindelijk leek te zullen komen, dat Van Lent toch weer zijn eisen bijstelde en dat het toch weer op niets uitliep. 'Eisen die niet gerelateerd zijn aan getuigenbescherming en daar zijn wij niet voor', aldus Verwiel.

(later)
Mr. Meijering: Ik had begrepen dat de heer Van Lent op een gegeven moment is gaan refereren aan het Passage-proces, met name aan hetgeen gebeurd is met de heer La Serpe. Moet ik het ook zo zien dat hij eisen heeft gesteld van: en dan moet ik een paar ton voor dit, en een paar ton om mijn eigen veiligheid te regelen, een paar ton voor bewoning en om wat te kunnen kopen, een paar ton om een bedrijf te kunnen opbouwen en een jaarlijkse toelage om zijn eigen veiligheid te kunnen regelen?

Mr. Verwiel: Nee, meneer Van Lent was al failliet op het moment van de overeenkomst en in het convenant was een bepaling opgenomen dat wanneer een faillissement zou ontstaan dat over betalingen die niet te relateren zouden zijn aan veiligheid met de curator contact zou moeten worden opgenomen. En de heer van Lent was al in een vroeg stadium failliet. Natuurlijk is hem medegedeeld dat hij zijn leven weer zou kunnen opstarten en dat er voor levensonderhoud betaald zou worden. Maar meneer van Lent kent het convenant en weet dus heel goed hoe de vork in de steel zit.

Voorzitter Janssen: Even concreter, we weten dat in de zaak met meneer Soerel en anderen, waar meneer Meijering het over heeft, een bedrag is betaald dat aan de forse kant was voor de rechtbank. En de vraag van de heer Meijering is nu: Is er iets soortgelijks afgesproken met meneer Van Lent?
Mr. Verwiel: Nee. Als dat al aan de orde zou zijn, dan zou dat vanwege de verplichtingen die hij heeft naar allerlei schuldeisers niet zomaar kunnen.
Voorzitter Janssen: Ja, tenzij het is voor zijn veiligheid, zou je dan denken.
Mr. Verwiel: Ja, maar dan is dat zeker iets wat eerst met de curator besproken zou moeten worden.
Voorzitter: Dus eigenlijk zorgt u in natura voor zijn veiligheid?
Mr. Verwiel: Ja, nu dus intussen niet meer, maar dat is natuurlijk wel... Ja, dat klopt. In beginsel zorgen wij dat meneer en mevrouw kleren aan kunnen trekken.
Voorzitter: En eten...
Mr. Verwiel: En eten.
Voorzitter: U zorgt voor geld voor eten en dat soort dingen.
Mr. Verwiel: Ja.

Tot zover. De middag werd nog grotendeels besteed aan het ondervragen van mevrouw Verwiel.

De rechtbankvoorzitter vond op een gegeven moment echter dat de scherpte er een beetje af begon te raken bij de rechtbank en dat is toch wel nodig in deze zaak. Ook dacht de rechtbank dat het misschien wel goed is dat de raadslieden en de officieren zich zouden herbezinnen welke vragen er nog gesteld moeten gaan worden. Dat kan beter nadat de getuige zondag heeft gereageerd en de email van de RC die men verwacht in verband daarmee binnen is.

Woensdag gaat het Briard-proces verder.

Bondtehond

woensdag 10 april 2013

'Alle overige verzoeken van de verdachte Donald Groen worden afgewezen'

Een zeer korte zitting woensdagochtend in het Briard-proces. De rechtbank maakte de tussenbeslissing bekend inzake de onderzoeks- wensen die de advocaten van de verdachten maandag indienden. De verdediging had verzocht een groot aantal getuigen te horen. Mrs. Nico Meijering en Leon van Kleef, de advocaten van Donald 'Don' Groen, alleen al zo'n 32 (!) getuigen. De meeste getuigen werden vanmorgen echter afgewezen door de rechtbank. Dit (natuurlijk) tot ongenoegen van beide raadslieden die de zaak van Donald Groen pas laat op zich namen. Welke stappen nu door hen zullen worden gezet, zijn vooralsnog onbekend. Toen ik de Bunker verliet zou er in ieder geval nog overleg gepleegd worden met de voorzitter.


De rechtbankvoorzitter Mr. J. H. Janssen van de Rotterdamse rechtbank die de zaak in de Osdorpse Bunker-rechtbank behandelt, besliste wel dat TGB-officier van justitie mr. Marjolein Verwiel naar de bunker moet komen om helderheid te verschaffen waarom het nog steeds niet is gelukt de zogenaamde 'kerngetuigen', Remko van Lent en Jessica van Boven, in de rechtszaal te laten komen om te getuigen. Zij hebben tot nu toe de belangrijkste belastende verklaringen afgelegd en de verdediging wil hen daar over kunnen horen op zitting.

TGB-officier Mr. Verwiel is belast met het getuigenbescherming, echter gedurende het onderzoek kregen Van Lent en zijn partner een conflict met het TGB dat tot op heden nog voortduurt. De getuigen- beschermingsmaatregelen werden daarom beëindigd. Het Openbaar Ministerie heeft er volgens de rechtbank te weinig aan gedaan deze kerngetuigen op zitting te krijgen, aldus voorzitter mr. Janssen.

Lees hier integraal de beslissing van vanmorgen:

RECHTBANK ROTTERDAM

Straf team 1

Datum uitspraak: 10 april 2013

Beslissingen in onderzoek 'Briard'
Rechtbankvoorzitter mr. J.H. Janssen:
'Vooropgesteld wordt dat de verdachte Donald G. zijn procespositie en/of zijn proceshouding vanaf oktober 2011 heeft bepaald in samenspraak met mr. Moszkowicz. Door deze raadsman zijn veel verzoeken gedaan en door de rechtbank zijn veel van deze verzoeken toegewezen. Met instemming van deze raadsman en ook die van alle andere procespartijen is de inhoudelijke behandeling van de zaak Briard geappointeerd en is deze behandeling afgelopen maandag aangevangen.

Bij deze stand van zaken ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of er ruimte is voor toewijzing van verzoeken die thans door de nieuwe raadslieden van de verdachte Donald G. zijn gedaan. Het antwoord op die vraag is dat die ruimte slechts bestaat indien uit nieuwe feiten en omstandigheden de noodzaak tot het doen van dat gevraagde nadere onderzoek is gebleken. Een dergelijke nieuwe omstandigheid is niet dat de verdachte nieuwe raadslieden heeft gekozen, noch zijn - mogelijk mede hierdoor - veranderde proceshouding.

Het is in de eerste plaats deze achtergrond waartegen de rechtbank de gedane verzoeken heeft beoordeeld. Toepassing van dit criterium leidt tot toewijzing van de gevraagde getuigen Pellekooren en Sanders in de zaak van de verdachten Donald G. en F. K.

Daarnaast bestaat, gelet op hetgeen in het Briard onderzoek reeds eerder is gebeurd en beslist en de omstandigheid dat de getuigen Van Lent en Van Boven (hierna: de kerngetuigen) op 8 april 2013 niet zijn verschenen om te worden gehoord, een ander/aanvullend kader waarbinnen de rechtbank de ingediende onderzoekswensen heeft geplaatst en beoordeeld, hetgeen in alle zaken in het onderzoek Briard leidt tot de navolgende vaststelling van feiten en de daarop volgende beslissingen.

Op de zitting van 9 januari 2012 heeft de rechtbank beslist dat de kerngetuigen dienden te worden gehoord en heeft zij de stukken in handen gesteld van de rechter-commissaris. De rechtercommissaris heeft gedurende maanden zeer vele inspanningen verricht om tot een verhoor te komen. Die inspanningen hebben evenwel niet tot meer resultaat geleid dan tot een één op één gesprek met Van Lent en een kort verhoor met Van Boven (zie o.m. verslag rechter- commissaris d.d. 14 december 2012).

De rechtbank heeft in samenwerking met de TGB-officier van justitie mr. Marjolein Verwiel in het weekend volgend op 28 September 2012 getracht tot een verhoor te komen toen bleek dat de kerngetuigen mogelijkerwijs in Nederland zouden gaan verblijven (een en ander zoals onder meer beschreven in de brief van de voorzitter van 18 februari 2013 en zoals op de zittingen van 14 februari 2013 en 8 april 2013 is uiteengezet).

Op de zitting van 1 oktober 2012 heeft de rechtbank vastgesteld dat ten aanzien van de kerngetuigen zich niet een situatie voordeed als bedoeld in artikel 288 lid 1 aanhef en onder a Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) en heeft zij bevolen dat de kerngetuigen voor een volgende zitting opnieuw moesten worden opgeroepen.

Op de zitting van 13 december 2012, in de zaken van de verdachten Donald G. en Harry S., heeft de officier van justitie de rechtbank medegedeeld dat de kerngetuigen weliswaar waren opgeroepen, maar dat de oproepingen de beide getuigen niet hadden bereikt.

Op de zitting van 14 februari 2013, in de zaken van de verdachten Donald G. en Harry S., heeft de rechtbank opnieuw bevolen dat de kerngetuigen tegen de nadere inhoudelijke behandeling dienden te worden opgeroepen.

Op de zitting van 9 april 2013 heeft de rechtbank een proces-verbaal ontvangen, opgemaakt door de TGB-officier van justitie, mr. Marjolein Verwiel, waaruit in ieder geval niet blijkt dat de oproepingen de kerngetuigen hebben bereikt.

Deze gang van zaken overziend, stelt de rechtbank vast dat de rechter-commissaris en de rechtbank (in voorkomende gevallen met medewerking van de TGB-officier van justitie) datgene hebben gedaan dat redelijkerwijs binnen hun mogelijkheden en bevoegdheden lag, om te bewerkstelligen dat de getuigen, in tegenwoordigheid van de verdediging, zouden kunnen worden gehoord. Dát kan van het handelen van het openbaar ministerie, sinds de zitting van 1 oktober 2012, in geen geval worden gezegd. Gelet op het belang van de verklaringen van de kerngetuigen had van het openbaar ministerie een grotere inspanning mogen worden verwacht om deze getuigen op zitting te krijgen dan louter aan de wettelijke oproepingseisen te trachten te voldoen. Dit laatste heeft tot gevolg dat thans nog immer niet kan worden geoordeeld dat ten aanzien van de kerngetuigen zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 288 lid 1 aanhef en onder a Sv.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank thans de oproeping van TGB-officier van justitie mr. Marjolein Verwiel bevelen. Zij zal zo spoedig mogelijk dienen te worden bevraagd over de gang van zaken rondom de oproeping van de kerngetuigen sinds 1 oktober 2012. Voorts zal in ieder geval met haar worden besproken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn om de kerngetuigen binnen de kortst mogelijke termijn ter zitting te doen verschijnen teneinde te worden gehoord.

In het licht van het voorgaande zal de officier van justitie worden gevraagd zo spoedig mogelijk een proces-verbaal te doen opstellen omtrent de verdenkingen die kennelijk zijn gerezen tegen de getuige Van Lent. Dit proces-verbaal zal tevens, voor zover de opportuniteit dit toelaat, een zakelijke weergave dienen te bevatten van wat het onderzoek tegen deze Van Lent inhoudt en wanneer een mogelijke vervolgingsbeslissing te verwachten valt.

Indien de rechtbank na het verhoor van TGB-officier van justitie mr. Verwiel tot de conclusie komt dat verdere oproeping van de kerngetuigen zinloos is en aldus zich de situatie als bedoeld in artikel 288 lid 1 aanhef en onder a Sv voordoet zal de rechtbank de navolgende onderzoekswensen honoreren als formele compensatie voor het feit dat de kerngetuigen niet kunnen worden ondervraagd, maar dan ook alleen in dat kader:
  • horen van TGB-officier van justitie Mr. Verwiel;
  • horen van de leider van het onderzoek Briard;
  • horen van de zes verbalisanten: RN-C02, MN-C02, W.M. Douma, K. Alserda, J. van Ee en B. Kamstra.
  • toevoegen aan het dossier van de niet ingebrachte verklaringen van getuige Van Lent waarbij de passages die betrekking hebben op een mogelijk ander onderzoek onleesbaar zouden kunnen worden gemaakt.

Alle overige verzoeken van de verdachte Donald G. worden afgewezen.

In het voorgaande liggen de toe- en afwijzende beslissingen op de verzoeken van de andere raadslieden besloten.'

Vrijdag 9:30 verder met het verhoor van mr. Marjolein Verwiel.

Bondtehond

dinsdag 9 april 2013

'Cliënt denkt dat er een bonnetje openstaat'

De inhoudelijke behandeling van de zaak Briard is maandag van start gegaan in de Bunker te Osdorp. Even wat anders dan Passage... De zaak omvat een reeks afpersingen waarvan Donald Groen, Harrie Stoeltie en Michel Groen de hoofdverdachten zijn. Het betreft enkele afpersingen van o.a. de drugshandelaren Ferenc J. en Erik B., enkele antiekhandelaren in de wereld van de antiek(e klokken) en (kroon)getuige Remko van Lent met zijn vriendin Jessica van B., gedurende een periode van een slordige 6 jaar. De laatste twee verblijven op een onbekende locatie na conflicten met het TGB (Team Getuigen Bescherming). Mogelijk ergens in het buitenland.


De zitting begon reeds om 9:00. De bunker rechtszaal was als vanouds weer eens gevuld met zwarte toga's aan zijde van de aanwezige verdachten en zaten verspreid door de hele zaal. Van achter gezien zat links vooraan Donald Groen met aan weerszijden zijn advocaten Mrs Nico Meijering en Leon van Kleef, rechts zat Harrie Stoeltie met naast zich Mr. Bram Moszkowicz. Verder aanwezig, voor zover ik kon zien waren Mrs. Mark Teurlings, Els van Nieuwenhuizen, Van Straten, Van Stratum, Verbeek en Van Heijningen (voornamen mij (nog) onbekend) aan zijde van hun cliënten.

Het is volgens de verdediging duidelijk dat het venijn zit in de afpersingen, aldus Mr. Nico Meijering, die samen met zijn confrère Mr. Leon van Kleef de nieuwe advocaat van Donald Groen is, hoewel de overige tenlaste gelegde feiten, onder meer witwassen, niet gebagatelliseerd moeten worden. Het is ook duidelijk dat aan de afpersingsfeiten het zwaarst getild wordt door het OM. Het onderzoek Briard richt zich primair op hun cliënt.

We zien dat het dossier inmiddels het beeld is gaan uitstralen van een beestachtig, niets en niemand ontziende persoon die gedurende jaren grootschalig slachtoffers is gaan afpersen. Donald Groen wordt neergezet als een afperser waaraan eerder voor afpersing veroordeelde verdachten een spreekwoordelijk puntje zouden kunnen zuigen. Hij zou niet onderdoen voor personen als Willem Holleeder (in Kolbak) en Itzhak Meiri.

Er is volgens de verdediging echter wel een wezenlijk verschil dat in afpersingszaken gemaakt kan worden. Om het verschil maar simpel te duiden: een slachtoffer kan zijn eigen geld afgeperst worden, maar kan ook afgeperst worden van geld dat rechtens zijn (vermeende) afperser toekomt. Dat laatste mag ook niet, maar ligt toch aanzienlijk anders dan de andere variant.

Donald Groen zou volgens het dossier zich schuldig maken aan "een zeer geraffineerde werkwijze betreffende het afpersen van personen". Er zou sprake zijn "van een opeenstapeling van misleiding, manipulatie, intimidatie en dreiging met geweld" en van "een bewuste werkwijze". Er zou betrokkenheid zijn van meerdere verdachten die "lijken elk op eigen wijze een significante rol te spelen bij de afpersingen". Volgens het verbaal "lijkt het gerechtvaardigd om te spreken van een bepaalde roldifferentiatie" van betrokkenen. De modus operandi zouden "in verschillende fasen" kunnen worden onderverdeeld. Er zou eerst "een bepaald probleem gecreëerd" worden, "of een feitelijk bestaand probleem worden aangegrepen. Vervolgens krijgt het slachtoffer'hulp'aangeboden voor een oplossing voor deze problemen in de vorm van bemiddeling". Er zou verder sprake zijn van een "procesmatig en vaak cyclisch verloop" van de afpersingen.

Mr. Nico Meijering: Als we het allemaal zo lezen is hier aldus sprake van een jarenlang opererende gesmeerde organisatie – met cliënt als hoofdverdachte of misschien wel leider – die op geraffineerde wijze het land afpersend onveilig heeft gemaakt, telkens weer met dezelfde modus operandi bestaande uit verschillende fasen: contact- of aanloopfase; bemiddelingsfase; drukopbouw en escalatie. De organisatie bestaat volgens de recherche uit contactmakers, vertrouwenspersonen, bemiddelaars, controleurs, agressors en regisseur(s). Het is een analyse van de feiten die – indien die door uw rechtbank in vonnis zou worden overgenomen – welliswaar niet tot straffen zou kunnen leiden zoals hiervoor aangehaald in de zaken tegen Holleeder en M., maar toch serieuze consequenties voor cliënt tot gevolg zouden kunnen hebben.

De vraag is echter of de recherche en het OM ook zelf daadwerkelijk geloof hechten, althans nog steeds geloof hechten aan het bestaan van een dergelijk geraffineerd en gesmeerd opererende organisatie. Zou er misschien een totaal andere analyse moeten passen bij de feiten zoals die in het dossier zijn opgetekend en zouden recherche en OM daar zelf in essentie ook meer en meer in zijn gaan geloven?

Wij denken dan aan de analyse dat in het geheel geen sprake is geweest van vooropgezette, uitgedachte gesmeerde wijzen van afpersen, maar van meerdere incidenten waarbij sprake was van normaal tot stand gekomen verplichtingen van derden aan betrokkenen, en dat vanwege niet nakoming de spanningen zijn opgelopen en nu en dan uitgedraaid zijn op onvriendelijke bejegening en een enkele keer ruw gedrag zoals vernieling (T.), tot een schop onder de kont (Van Lent).

Dat de recherche en het OM zelf ook minder lijken te geloven in de analyse van een gesmeerd lopende afpersingsorganisatie, moge in de eerste plaats reeds blijken uit het feit dat bijvoorbeeld deelname of leidinggeven aan een criminele afpersingsorganisatie niet tenlastegelegd is (in tegenstelling tot bijvoorbeeld genoemde Kolbakzaak). Maar het blijkt ook wel overigens uit het dossier.

(samengevat) Cliënt heeft met ons gesproken en heeft ons kunnen overtuigen dat hij zijn visie op de zaak kan geven en daarover te zullen verklaren. Cliënt zal zelf op zitting over feiten en beschuldigingen verklaren en vragen beantwoorden.

De rechtbankvoorzitter onderbrak de raadsman en vroeg of Donald Groen eerst zelf kon aangeven waarom hij van raadsman was gewisseld. Dat kon.

Donald Groen: U wilt weten waarom ik van advocaat ben gewisseld?
Voorzitter: Jawel.
Donald Groen: Ik heb de volgende punten opgeschreven:
Mijn ex-advocaat is maar 2 keer 1,5 uur op bezoek geweest;
Ik heb vragen gesteld die nooit zijn gesteld in de rechtszaal;
Er zijn getuigen niet opgeroepen;
Er is mij nooit wat gevraagd over de zaak;
Mensen van het kantoor vertelden dat Bram Moszkowicz ook niets over de zaak wilden horen;
Mijn aantekeningen zijn niet besproken;
In de gevangenis wilde Bram ook niet over mijn dossier praten;
Achteraf was mijn vertrouwen misplaatst.
Voorzitter: Dank u wel.

De verdediging van Donald Groen ging vervolgens meteen verder met bespreking van de visie van hun cliënt.

Mr. Meijering: Cliënt kan zich niet aan de indruk onttrekken dat er ergens een zogenoemd justitieel 'bonnetje' tegen hem openstaat. Een bonnetje naar aanleiding van het feit dat cliënt in het verleden in beeld is gekomen bij, en met (vermeend) "grote namen" die figureren en figureerden in het zogenaamde milieu. Mogelijk dat daardoor de analyse van de in het dossier opgetekende feiten danig is opgeklopt.

Zuiverder zou het echter zijn om te rekenen met het feit dat cliënt -die tegen de 50 loopt- in het geheel geen antecedenten heeft en al jaren een eigen bedrijf runt. Het is de vraag of dat past bij het beeld dat in het dossier omtrent cliënt wordt opgeroepen. En of het beeld van de miljoenenafpersing gedurende jaren wel past bij wat de recherche aan vermogen -voor zover daarvan gesproken kan worden- tot cliënt heeft kunnen terugbrengen.

De verdediging ging vervolgens in op de visie van hun cliënt op de verschillende zaaksdossiers.

Samengevat waren dat de volgende:
De zaak Van Lent;
De zaak B. en J.;
Cliënt: handelaar in, en restaurateur van Antieke klokken
De zaak Toebosch;
De zaak Lolkes de Beer;
De zaak Degenaar;
De kwestie Vadertje Tijd;
De zaak witwassen Nieuw-Buinen;
De zaak witwassen Epoque;
De zaak beïnvloeding getuigen.

Kom daar nog zeker op terug. Aankomende week gaat de rechtbank de verdachten horen op zitting. Ongetwijfeld komen zaken dan inhoudelijk aan de orde.

De verdediging had meteen al een hele reeks onderzoekswensen. Ik zal me vandaag beperken tot het pleidooi van Mr. Meijering en zijn onderzoekswensen, hoewel de andere advocaten natuurlijk ook aan het woord zijn geweest met ieder een aantal eigen wensen en/of verzoeken. Echter Meijering en Van Kleef kwamen voor vandaag met het meest uitgebreide pleidooi en aanverwante verzoeken/wensen. Een aantal advocaten hielden de middag reeds rondom het middaguur voor gezien.

De kroongetuige kwam ook ruimschoots aan de orde in het pleidooi.

De kerngetuige is Remko van Lent, aldus Mr. Meijering, aangezien zijn partner Jessica van B., hoewel er met haar ook een deal is gesloten, als een de-auditu getuige, oftewel 'een van horen zeggen van Van Lent-getuige', kan worden gekwalificeerd.

De grote vraag is (samengevat) of Van Lent nou geen mega-belang heeft om onder zijn schuldeisers uit te komen waar hij al gauw zo'n 9 miljoen aan schulden heeft openstaan, onder meer bij de fiscus zo'n 550.000 euro en zo'n 8,1 miljoen aan concurrerende crediteuren. Van Lent zit dus dik in de schulden en dan hebben we het alleen over de schulden die zichtbaar zijn geworden. In de Quote had een curator het zelfs over 'tussen de 10 en de 20 miljoen euro'.

Kortom: Het roept het beeld op van een persoon die een megabelang had om te kunnen verdwijnen, om zijn schepen achter zich te verbranden en zonder schulden een nieuw leven op te bouwen. En dat kon alleen in het buitenland. Maar dat gaat niet zomaar. Dat kost geld, heel veel geld. Echter crediteuren kunnen hun debiteur ook in het buitenland achterhalen en aldaar procederen om hun geld te krijgen. Er was slechts één uitweg: met behulp van de Staat een verzorgd beschermingsprogramma met een nieuwe identiteit. Niemand anders kan een dergelijk nieuwe leven regelen en verzorgen, aldus Meijering.

Tot slot verzocht de verdediging een hele reeks getuigen te horen en hadden de raadslieden van Donald Groen aansluitend de onderzoekswensen. Ook daar kom ik nog wel op terug.

Later in de week......

Bondtehond

Aangepast zoeken